Het was een prachtige zondagmorgen in New York. Een aarzelende zon liet zo nu en dan haar stralen vallen over de prachtige gebouwen in het historische Harlem. Wij waren al vrij vroeg uit de veren om deel te nemen aan een wandeltocht door deze wijk met zijn vele architectonische hoogstandjes en roerige geschiedenis.
Onze gids was een ietwat alternatief geklede, langharige voormalige krantenverkoper, maar dat mocht de pret niet drukken. De beste man zat goed in zijn verhaal, en gaf blijk van gedegen kennis van de buurt. Terwijl de stad die nooit slaapt langzaam ontwaakte, stonden wij al op een lege campus van Columbia University.
Castro’s kippen
We liepen verder door deze prachtige wijk. Ik ben niet voornemens de gehele geschiedenis van Harlem hier te vermelden, die staat wel op Wikipedia, maar er is een anekdote die ik jullie niet wil onthouden. Jaren geleden vereerde de Cubaanse leider Fidel Castro New York met een bezoek. De beste man was, al dan niet terecht, paranoide en bang dat hij vergiftigd zou worden, en wilde zien wat er met zijn eten gebeurde. Om een oogje in het zeil te kunnen houden, moesten er levende kippen worden aangevoerd. Het management van het hotel waar alle andere wereldleiders zich verzameld hadden weigerde echter dit levende gevogelte toe te laten, met als gevolg dat Castro en kippen elders hun toevlucht moesten zoeken. Op aanraden van niemand minder dan de roemruchte moslimleider Malcom X, werd toen maar besloten te verkassen naar het Hotel Theresa in Harlem. Hier waren kippen en Castro meer dan welkom, en collega’s Nasser en Khrushchev zagen in de verhuizing van hun Cubaanse collega ook geen probleem. Zij bezochten Castro en kippen op hun nieuwe stek, en de politieke onderonsjes werden achter de roomwitte facade van het Hotel Theresa gewoon voortgezet.
Kerk
Nadat we in het voorbijgaan het befaamde Apollo Theater aanschouwd hadden, werd het tijd om naar de kerk te gaan. Het was tenslotte een zondagmorgen. Door de zo goed als verlaten straten van Harlem zagen we reeds enkele kerkgangers lopen. Zondags geklede oude, zwarte vrouwtjes, enorm grote bijbels onder de arm, voorzichtig gearmd schuifelend richting een van de vele kerken die Harlem rijk is. Nadat we een vrij obscuur gebouwtje binnengingen begon de fun. Iedereen kent de beelden van de gospelkoren, dikke zwarte vrouwen, mooie hoedjes, chaos, en veel geklap en ge-amen. Het klopte helemaal.
Toen we het oude, afgeleefde (en dus goedgebruikte) kerkgebouw binnenkwamen, was het koor al druk aan het zingen. Rev. Williams, een dikke zwarte man gehuld in smetteloze witte toga, zat onderuitgezakt op een oude stoel het gezang aan te horen. Zoals hij enige tijd later zelf zou opmerken: “Yeah, yeah, I was just chillin’ over there…†Ondanks dat de ventilatoren aan het plafond druk zoemden was het toch behoorlijk warm in de kerk. Veel van de net geklede, gezette vrouwen waren druk met waaiers in de weer om toch wat koelte op te kunnen vangen. Ook de organist, die overigens zijn instrument prima beheerste, was bij tijden druk met de handoek in de weer om zijn kale hoofd van zweet te ontdoen.
Op de preekstoel stond een, eveneens in witte toga gehulde, dikke vrouw. Wat haar taak in de dienst was wist niemand, maar dat gaf helemaal niets. Vervolgens kwamen de mededelingen. De beste dame was even de een lokatie kwijt van een naburige kerk en dus vroeg ze: “What is the location of that church again, pastor Williams?†Pastor Williams wist het ook niet. Totaal niet van zijn stuk gebracht wendde hij zich tot het koor en begon druk te overleggen, de kerkgemeente in spanning achterlatend. Na een volle minuut keerde de man zich weer tot zijn gemeente en kwam het verlossende woord: “It’s on 122st street!†De vrij ouderwets geklede kerkgemeente antwoorde instemmend met een synchroon gebrom, hoogstwaarschijnlijk een “Amenâ€.
Busje
Nu wilde Pastor Williams ook wel het woord. “Beste gemeente,†begon hij. “Er zijn vandaag toeristen onder ons. Ik wil hen een hartelijk welkom hetenâ€. Vervolgens kreeg hij een briefje in handen gerdukt met daarop de landen waaruit de toeristen afkomstig waren. De dikke pastor ademde zwaar toen hij met raspende stem voorlas: “I’d like to welcome those from Italy, Canada, France, Germany, The Netherlands and of course Holland.†Wederom antwoordde de gemeente met een brommend: “Amenâ€â€¦
En passant werd even de kerkelijke agenda doorgenomen. Het bleek dat er een tripje op het programma stond naar een jaarlijkse baptisten bijeenkomst ergens in New Jersey. Pastor Williams, die zichzelf de “Happiest Pastor in Harlem†noemde, bleek naast blije voorganger ook een uitstekend logistiek organisatietalent te zijn. Staand op de preekstoel en zwaaiend met zijn armen riep hij in de richting van een der voorste kerkbanken: “Frasier, we need yo van!†Frasier, die druk in zijn bijbel aan het bladeren was, bromde een “Amen†en gaf daarmee hoogstwaarschijnlijk te kennen dat zijn busje prima gebruikt kon worden voor dit uitje.
Natuurlijk kwamen we voor de gospelmuziek. Dat was er ook. Het koor kon goed zingen, al waren er enkele individuele missers te betreuren. 1 van de dames probeerde het wel, en dat werd gewaardeerd, maar ze kon totaal niet zingen. De moeder van een vriend die ook in het publiek zat, bedekte regelmatig haar oren. Of dat te maken had met het volume, of met de zangkwaliteiten van het gospelkoor zullen we niet weten. Na de dienst besloten we te gaan eten bij een klassieke amerikaanse diner. Broodje ei voor enkele dollars en een grote bak koffie. Uitstekend begin van een relaxte zondag.

