Vanmiddag heeft een Nederlandse kennis die al jaren in de V.S. woont en werkt, ons Detroit laten zien. Detroit, de stad die op veel lijstjes van steden in de V.S. met veel criminaliteit consequent tot de top 3 behoort. Ik hoopte uiteraard op iets spannends, wellicht een schietpartij zoals onze medestudenten er vorig jaar één meemaakten.

Terwijl we vanuit Dearborn de grens met Detroit passeerden, controleerde onze gids voor de zekerheid nog even of de deuren van de auto goed op slot zaten. Dat zaten ze. Mooi. Bij het eerste stoplicht hield hij een autolengte afstand van de wagen voor ons. Toen we vroegen waarom dat was, zei hij doodleuk: “Dan kunnen we wegrijden als er iets gebeurt.†Ook mooi.
Nadat we zo’n kleine twee seconden van Detroit hadden genoten, kwam de eerste drugsgebruikende prostituee al door het straatbeeld gehuppeld. Vervallen huizen, dichtgetimmerde gebouwen, gekraakte panden, daklozen die in parkjes kampeerden, op bankjes hingen, om geld vroegen, met wandel- en winkelwagens liepen, op trapjes zaten, tegen portieken leunden… Veel heuse gangster-graffiti op met planten overwoekerde muren, afgebrande huizen en mensen met een lege, uitgebluste blik in hun ogen.
Vergane glorie
Vervolgens kwamen we aan op Belle Isle, een eilandje voor de kust van Detroit. In de hoogtijdagen van de stad was dit de plek waar de elite, waaronder natuurlijk de families Chrysler en Ford, hun vrije tijd doorbracht. Staand aan het water en genietend van een mooie herfstdag, kon ik me zeer goed indenken hoe dat geweest moet zijn. Flanerend langs de kade, hun weelde tentoonspreidend.
Ooit was er op dit eilandje een prachtige dierentuin, waar de tycoons van hun dagen ongetwijfeld menige voetstappen hebben gezet. Nu is deze al weer een tijd gesloten, en hebben de elementen vrij spel op het vergane, vervallen en verroeste metalen raamwerk van wat ooit een prachtige botanische tuin was.
Volgens een speciale commissie die is aangesteld met als doel een reddingsplan te maken voor het park en eiland, is er veel geld nodig. Zo’n $180 miljoen… Dat geld kan Detroit ook ergens anders voor inzetten. Een argument van de voorstanders van renovatie van het eiland is echter dat een opgeknapt park een uitstekende trekpleister kan zijn voor de stad, en als een magneet kan dienen om toeristen en mensen uit de voorsteden terug te halen naar Detroit. Er komen nog steeds inwoners naar het eiland, maar naar wilde en exotische dieren kijken is er hier niet meer bij. Nu kijken ze dromerig naar Windsor, het exotische Canada aan de overkant van de rivier…
Detroit, ooit een trotse en welvarende industriestad, het kloppend hart van de Amerikaanse autoindustrie en de bakermat van Motown en Techno leek zo nu en dan veranderd in een spookstad. Een schim van zichzelf. Het inwoneraantal van de stad loopt gestaag terug, ondanks dat bepaalde wijken er dankzij maatregelen van de voormalige president Clinton qua leefbaarheid weer redelijk bovenop zijn gekomen. Ook de lokale overheid doet, na jarenlang geleid te zijn door een incompetente burgemeester, nu weer haar best om de stad op weg te helpen met bijvoorbeeld uitgebreide nieuwbouwprojecten. Ondanks deze maatregelen willen veel bewoners weg, en zodra ze in een dusdanige sociale en financiele positie verkeren dat ze kúnnen verhuizen, vertrekken ze. Naar de gegoede buitenwijken, de gated communities aan de rivier, de stad uit, of zelfs helemaal weg uit Michigan, naar bijvoorbeeld Californie.
’s Avonds gingen we uit eten in een beter deel van Detroit waar veel Mexicanen wonen. Deze Mexicanen, zo wist onze gids ons te vertellen, werken over het algemeen hard en verdienen dus iets meer dan gemiddeld. Derhalve kunnen ze meer dan gemiddeld geld investeren in hun huizen en tuinen, wat de leefbaarheid van de buurt enorm ten goede komt. Het zag er in dit gedeelte inderdaad vrij fris en fruitig uit, en heerlijke etensgeuren van de vele traditionele restaurants vulden de straten. Veel kleurige uithangborden en tweetalige reclametexten fleurden de buurt op, en gaven het geheel een enigszins buitenlandse aanblik.
Op de terugweg naar onze thuisbasis reden we door de vrij beruchte ‘Eastside’ van Detroit. Deuren wederom op slot, want het was immers al donker. Onze gids wees ons op enige duistere figuren die ontspannen en intimiderend tegen een auto leunden. Uiteraard konden wij het als naive en nuchtere Groningers niet laten wat grapjes over ze te maken en ’Westside!’ te schreeuwen, hetgeen ons door onze bestuurder en gids terecht niet in dank werd afgenomen. Met gezwinde spoed werd de weg vervolgd, en zo tegen 21:00 uur kwamen we weer veilig en onbeschadigd bij de dorm aan.
Dubbel gevoel
Al met al heb ik een heel dubbel gevoel bij het bezoek aan deze stad. De stad van Francis Ford Coppola, Eminem en natuurlijk niet te vergeten George Peppard, deed bij tijden bijna surrealistisch aan. Als een soort spookstad, waar een bepaalde schaduwkant van onze Westerse samenleving aan de oppervlakte komt die we het liefst verborgen houden.
Aan de andere kant zag ik hoop. Hoop dat de stad weer iets van zijn oude glorie kan hervinden. Soms is deze hoop nauwelijks merkbaar, maar ze is altijd sluimerend aanwezig. Het is het onwrikbare vertrouwen in de veerkracht en weerbaarheid van Detroit. Een vertrouwen dat mijns inziens nog het meest duidelijk gereflecteerd wordt in het feit dat G.M., Chrysler en Ford nog altijd hun hoofdkantoren in deze stad hebben. Of, zoals een tientallen meters hoge poster het zo mooi en treffend omschreef: “Welcome back to the Motor City!â€Â Welkom terug… Alvast…

